Ere wie Ere toekomt.

Een ieder krijgt wat ze verdienen is een veel gehoord gezegde, maar is dat ook
werkelijk zo?
In mijn beleving is dat zeer zeker niet altijd waarheid. Hoe dit komt, komt
vooral voort uit het gegeven dat de waarde van wat iemand doet niet voor
iedereen gelijk is. Waarde is een begrip wat kan variëren per persoon en is
zelfs afhankelijk van het moment. De waarde van humor in het leven is groot
wanneer alles op rolletjes loopt, zit je echter in een moeilijke periode kan
humor een hele andere betekenis krijgen. Vijfhonderd euro heeft voor velen een
enorme waarde omdat ze daarmee hun levensonderhoud kunnen bekostigen, voor
diegene die miljoenen op de bank heeft staan is vijfhonderd euro slechts een
klein bedrag en daarmee dus van minder waarde! Ere naar ere is dus lastig omdat
de waarde waarop iemand geëerd wordt niet altijd voor iedereen gelijk is, zo
ook in het judo en jiujitsu.

In het judo en jiujitsu is het behalen van een volgende dan-graad als het ware
een ere naar kennis en kunde. Je zou kunnen stellen dat de ere dan helder is,
immers er zijn voorschriften waaraan je moet voldoen om je volgende dan-graad
te mogen dragen. Toch durf ik te stellen dat ook in het judo en jiujitsu niet
iedereen de juiste ere ontvangt in de vorm van ‘Dan’ graduaties. Sommigen
worden geëerd op feiten die niet te meten zijn of feiten waarvoor ze al eerder
geëerd zijn en anderen worden niet ‘gezien’ waardoor de ere ook niet toegepast
wordt.

We kennen in het judo en jiujitsu drie processen om tot een volgende\hogere
dan-graad bevorderd te worden, drie manieren om geëerd te worden naar kennis en
kunde dus.

Als eerste zijn daar de examens. Bij het afleggen van een examen is de
beoordeling gestoeld op vooraf bepaalde standaarden. Als je laat zien dat je
voldoet aan deze standaard, slaag je voor een volgende dan-graad. De eerste
indruk zegt dat dit de meest eerlijke wijze is om tot een hogere dan-graad te
komen, toch? Dat zou je zeggen, maar is dat ook daadwerkelijk altijd waar? Bij
de beoordeling staan weliswaar de normen vast, maar de beoordeling is en blijft
gebaseerd op wat de mens achter de beoordelaar ziet of wil zien. Het feit is er
dat niet altijd beoordeeld wordt volgens dezelfde standaarden! Ik heb examens
gezien waarbij de kandidaat letterlijk struikelt over zijn eigen onkunde maar
toch een volgende dan-graad behaalt. Ik heb ook examens gezien waarbij judoka
’s met enorme kennis stellen dat het onmogelijk is dat de kandidaat niet
slaagt, maar uiteindelijk gebeurt dat dan toch! Hoe kan dat dan? Het antwoord
is even simpel als dat het ook ingewikkeld is. De examinatoren zien niet altijd
hetzelfde en de standaarden die vastgesteld zijn, zijn niet altijd even helder
(wat ze wel zouden moeten zijn). Door per examen drie examinatoren te laten
beoordelen voorkom je dat een dwaling van een van de examinatoren zal leiden
tot het ‘niet slagen’ van een kandidaat. Probleem opgelost, of toch niet?
Helaas, ook dit is geen garantie dat iedereen op gelijke wijze beoordeeld
wordt. Het is en blijft een vorm van jurering, ondanks dat de meetlat waarlangs
de resultaten gelegd moeten worden voor iedereen hetzelfde is. Gelukkig worden
de beoordelingen doorgaans op een professionele wijze genomen en zal zeker 99,9%
van de kandidaten die aan de norm voldoen ook daadwerkelijk voor hun examen
slagen. Het is natuurlijk meer dan jammer wanneer je net bij die 0,1% hoort,
het zal je maar overkomen.

De tweede manier om tot een hogere dan-graad te komen is het behalen van bepaalde
wedstrijdprestaties. Er zijn binnen de Judo Bond Nederland wedstrijdresultaten
benoemd die kunnen leiden tot het verkrijgen van een volgende dan-graad. Deze
prestaties zijn in ieder geval gemakkelijk af te meten. Je behaalt ze of je
behaalt ze niet! Iedereen wordt dus op die wijze gelijk beoordeeld.
Toch stel ik vast dat ook dit systeem van bevorderen niet altijd even eerlijk
is. Er zijn judoka ’s die met het beheren van een of twee technieken een of
meerdere keren Nederlands Kampioen zijn geworden. Deze prestatie brengt hun tot
een 2e of zelfs 3e Dan graad. Is dat dan helemaal eerlijk tegenover de judoka
die veel meer technieken beheerst en veel meer technische bagage heeft maar de
pech heeft dat in zijn of haar gewichtsklasse net één judoka is die net ietsje
beter is. Je zult maar in de tijd van bijvoorbeeld Mark Huizinga, Wim Ruska of
Anton Geesink hebben gejudood binnen dezelfde gewichtsklasse.

De derde wijze van bevorderen is de meest moeilijke, namelijk de
vorm van een erepromotie.
Bij bewezen diensten kan een judoka of jiujitsuka een promotie ontvangen zonder
dat hij hiervoor een examen heeft moeten afleggen of een of meerdere
vastgestelde wedstrijdprestaties heeft behaald. Hoewel ook bij deze vorm van
promotie richtlijnen zijn opgesteld, blijft deze vorm van ere de meest
moeilijkste! De moeilijkheid ligt vooral in wat ‘gezien’ wordt door de
beoordelaren. Sommigen zijn altijd en overal prominent aanwezig terwijl anderen
weer met minstens even veel waarde de stille kracht vormen. Diegene die gezien
wordt valt op en zal dus ook daardoor vaak ‘anders’ worden beoordeeld, of zelfs
eerder worden beoordeeld. De stille kracht daarentegen valt vaak niet op,
terwijl de prestaties die ook door zijn of haar toedoen worden bereikt wel
degelijk opvallen. De richtlijnen voor het verkrijgen van een erepromotie zijn
ook heel statisch opgemaakt.
De waarde van de richtlijnen zijn in mijn optiek daarom ook vaak discutabel.
Een leraar wordt bijvoorbeeld beoordeeld op het aantal promoties van zijn
leerlingen.
De vraag is nu, welke rol de leraar daadwerkelijk heeft gehad bij de opleiding
van een leerling en hoe dit dan vertaald moet worden naar zijn of haar eigen
waarde. Vaak zal de leraar wel degelijk een belangrijke rol hebben gehad in de
opleiding van zijn leerlingen, maar soms wordt deze rol ook overdreven. In de
praktijk worden soms leerlingen opgeleid door andere (mede)judoka ’s of
jiujitsuka ’s die formeel hiertoe niet bevoegd zijn omdat ze geen erkende
leraren diploma hebben. Hun bijdrage wordt dus niet beloond terwijl ze wel
degelijk hun eigen kennis hebben ingezet ten dienste van de ander (Jita-Kyoei).
Organisaties van internationale evenementen worden ‘beter’ beloond dan
bijvoorbeeld de inzetbaarheid om de jeugd op de tatami te krijgen. Zo zijn er
nog een aantal in mijn ogen discutabele waarden of normen waaraan voldaan moet
zijn, wachttijden is daar een van. Tussen twee dan-graden zit een vastgestelde
wachttijd die met de toename van de hoogte van de graad wordt opgehoogd. Het
doel hiervan is dat ontwikkeling niet alleen op de tatami plaatsvindt, maar ook
daarbuiten als mens en als budoka. Helaas is de constatering dat omwille van
bijvoorbeeld commercie deze ‘regel’ niet altijd wordt gehanteerd. De vraag
waarmee ik zelf enorm worstel is of een erepromotie überhaupt gestaafd moet
zijn aan vooraf vastgestelde waarden of normen! De mens zelf moet centraal
staan bij een promotie en niet de ‘regel’ om ergens wel of niet aan te voldoen.

Mijn conclusie is dat ere naar ere binnen het judo en het jiujitsu niet altijd
voor iedereen gelijk is. Het is voor diegene die de ere verdient veel
belangrijker dat zijn naasten zijn werk en inzet waarderen dan dat ze
afhankelijk zijn van bepaalde waarden die anderen hebben opgesteld. Toch ga ik
er nog steeds vanuit dat de intenties van eenieder om tot ere van een ander
over te gaan oprecht zijn.
Zeker zijn ook mijn waarden niet ‘de enige en juiste waarden’. Ook ik kijk nu
eenmaal met persoonlijk gevoel naar de mensen om mij heen en ben daardoor al
vaak partijdig in mijn oordeel. Ik zie zeker niet van iedereen hun waarde omdat
ik deze niet kan zien of gewoonweg niet begrijp! Vanuit een positieve insteek
heb ik vaak het proces om tot een erepromotie te komen op gang gebracht. Mijn
drijfveer was (en is altijd) de inzet van de budoka te belonen. De beloning zou
afhankelijk moeten zijn aan de waarde welke de inzet van de voorgedragen budoka
heeft opgeleverd voor de mede-budoka ’s en de sport als geheel. Ook nu is mijn
drijfveer zeker geen garantie dat door mij iedereen op gelijke wijze wordt
‘gezien’, ik kan immers niet om een hoek kijken en sommige beelden vind ik nou
eenmaal interessanter om na te kijken.

Tot slot; een promotie tot een volgende dan-graad is een vorm van erkenning,
maar wanneer de promotie er niet komt wil dit niet zeggen dat de budoka niet
‘(h)erkend’ wordt! Er zijn nog vele andere manieren om erkend of geëerd te
worden, zo ook voor budoka ‘s.